Blog door Sander Korten

Dat was het dan!

De kwart triathlon tijdens de stadstriathlon te Weert. Wauw, wat een ervaring.

Was ik vooraf zenuwachtig? Ja, toch wel behoorlijk. De laatste maanden trainen komen samen in dit moment. Hoe zou het gaan qua zwemmen met een wetsuit? Zal ik met of zonder wetsuit gaan zwemmen? Hoe druk en chaotisch zou het zijn aan de start? Hoe sterk zou de stroming zijn? Heb ik op het eind nog genoeg energie over om te rennen? Doseer ik voldoende tijdens de adrenaline die vrijkomt gedurende de wedstrijd?

Allemaal onzekerheden die door je hoofd schieten terwijl je langzaam je auto parkeert en je aanmeldt bij de inschrijfbalie. Terwijl je de rust probeert te bewaren en je probeert voor te bereiden, merkte ik wel dat ik enkele dingen onnodig dubbel checkte of vergat. Zenuwen? Waarschijnlijk. Terwijl ik enkele bekende deelnemers ontmoet bij de wisselzone komt de zon lekker door en begint het een beetje te waaien. Precies parallel aan het kanaal, de richting die we straks fietsen. Een motor komt voorbij gereden over het parcours en de eerste fietsers volgen vrij snel achter de motor. Hier krijg ik extra motivatie van.

Nadat ik mijn fiets geplaatst heb in de wisselzone controleer ik nog even of mijn wetsuit goed zit. Blijkt dat ik ineens de rits aan de voorkant heb, dat ik het achterstevoren aan heb. Dat belooft wat. Snel trek ik het fatsoenlijk aan en wandel ik naar de start. Met gezonde zenuwen sta ik tussen de deelnemers en bijna iedereen heeft een wetsuit aan. Ik ben toch wel blij met de keuze om ook maar een wetsuit aan te trekken. Er worden nog wat gelukskreten naar deelnemers geschreeuwd, maar volgens mij bereikt geen van die kreten de bedoelde deelnemers. Er wordt kort een en ander uitgelegd over het zwemparcours en wat foto’s gemaakt, alvorens we allemaal langzaam te water gaan. Heel goed let ik niet op de uitleg, ik zal toch niet bij de eerste 5 horen. Ik volg de rest wel.

Het water is kouder dan gedacht. Maar dit went snel. Er heerst een gemoedelijke sfeer en er worden nog wat grappen gemaakt over de diepte van het haventje waar we met z’n allen in zwemmen. Ik kan net bij de bodem en het is wel prettig even te kunnen staan. Dan gaan we ineens van start en begint iedereen te zwemmen. Denk ik. Het blijkt dat we nog iets verder zwemmen tot de echte startpositie, waarna we nogmaals even stilliggen tot iedereen is aangesloten. Ik merk vrij weinig van wat er om me heen gebeurd. Er klinkt een luide hoorn, waarna de eerste fanatiek van start gaan. Alle oefeningen en voorbereidingen in het zwembad lijken ineens voor niets. Zwemmen met een wetsuit aan is anders, maar dat is niet het probleem. Het is druk om me heen, maar ook dat is niet het probleem. Wanneer ik borstcrawl probeer, merk ik dat ik duizelig wordt door het verschil van niets zien onder water tot goed zicht boven water. Ik kom niet goed in het ritme en wissel af tussen borstcrawl en schoolslag. Merk dat het een groot verschil is tussen beide technieken en de snelheid. Met de borstcrawl ga ik beduidend sneller vooruit, echter hou ik dit nog geen 30 seconde vol omdat ik te duizelig wordt. Gek, onverwacht, maar niets aan te doen. Het zwemmen op zichzelf gaat niet slecht. De eerste boei waar we moeten draaien bereik ik soepel en dan komt de terugweg, tegen de stroming van het water in. Een klein verschil, maar je merkt het! Iedereen zwemt dicht tegen de kade, waar de stroming het zwakst is. Vanwege de drukte wijk ik hier vanaf en zwem ik halverwege, tussen de kant en de middellijn in. Hier ga ik, afwisselend met verschillende technieken, voor mijn gevoel net iets sneller dan de omringende tegenstanders. Een goed gevoel. Even later zwem ik weer terug de haven in en hier is iets meer strijd voor je plekje in het water.

Wanneer ik de kade op klim, moet ik even rust houden. Alles om me heen beweegt nog hevig en ik ben mijn gevoel voor evenwicht even compleet kwijt. Langzaam loop ik verder en na een tiental seconden heb ik mijn evenwicht terug. Terwijl ik versnel richting de fiets kom ik enkele bekende gezichten tegen. Bij de fiets kom ik nog meer bekenden tegen en ik probeer snel te wisselen. Water drinken, een gelletje naar binnen en afdrogen. Schoenen aan en doorgaan. Lopend, met de fiets in de hand, tot ik het startpunt van het fietsparcours bereik. Hier stap ik op de fiets en dit voelt gelijk goed. Ik zit snel op een comfortabel tempo. Maar niet veel later voel ik de wind. Die is toch goed aanwezig op sommige momenten. Het eerste rondje gaat goed, nog maar 5 resterende. Voor mijn gevoel heb ik een lekker tempo te pakken, maar al snel blijkt dat meerdere mensen goed zijn in het fietsen. Je wordt gepasseerd met snelheden waarbij je je afvraagt of je zelf wel vooruit gaat. Onbewust ga ik hierdoor iets sneller fietsen. Dat kan geen kwaad, ik zit lekker in mijn energie. Tenminste, dat denk ik op dat moment. Later krijg ik hier spijt van. Tijdens het 3e rondje zie je dat je omgeven wordt door fietsers die ongeveer hetzelfde tempo fietsen. Je haalt ze in, waarna ze je iets later weer inhalen. Al met al duurt het fietsen toch langer dan gedacht en zit ik in het laatste rondje met een laag energie niveau. Niet te veel aan denken, straks heb ik tijd om te rusten. Met die gedachte ga ik door.

Na het fietsen ren ik weer terug de wisselzone in. Fiets op de plaats zetten, ren schoenen aantrekken en doorgaan. Nog maar 10 km. Dat valt zwaar. Tijdens het fietsen heb ik al veel gegeven en dit merk ik nu extra goed. Ergens halverwege het 2e rondje moet ik gaan lopen omdat ik niet goed kan ademhalen wegens steken in mijn zij. Even rustig gaan lopen, vloeken, ademhaling onder controle krijgen en doorgaan. Dat lukt, gelukkig. Ik hervat het rennen maar kom niet meer in een lekker tempo. Iedere ronde moet ik stukjes gaan lopen om mijn ademhaling onder controle te krijgen, de focus terug te krijgen. Helaas kom ik niet meer in een prettig ren tempo om te zonder stops door te rennen. Gestaag kom ik dichterbij de finish en even later begin ik aan mijn laatste rondje. In gedachte ben ik al een biertje aan het drinken op de overwinning en met die gedachte kom ik uiteindelijk ook over de finish.

2:43:29. Stuk. Kapot. Maar voldaan.

En een mooie tijd! Ik wilde binnen 2u en 50 minuten eindigen, inclusief wissels. Sneller dan ik had gedacht kom ik over de streep. Dat was het dan. Na wat water, watermeloen en een stukje banaan, wat klaar stond bij de finish, op adem gekomen. Het duurde even voordat ik weer goed op adem ben. Maar het pilsje smaakte heerlijk, terwijl ik op het terras zit en van de zon geniet.

Terugkijkend naar alle voorbereidingen is het niet slecht gegaan. Er waren zeker dingen die beter konden, maar al met al is het, zeker voor mijn doen, een aanzienlijke voorbereiding geweest. Dat ik zo’n tijd heb kunnen neerzetten, zonder extreme voorbereidingen en zonder spierpijn, geeft voor mij in ieder geval aan dat het een goede voorbereiding was. 5 januari heb ik me ingeschreven en mijn eerste zwemtraining was gestart. In 23 weken kan je dus behoorlijke stappen maken en een kwart triathlon volhouden zonder spierpijn.
Ik kijk zeer tevreden terug. Het was mooi en zeker voor herhaling vatbaar. Niet meer dit seizoen. Alhoewel ik blijf trainen, ga ik het de komende tijd even iets rustiger aan doen.

Bedankt voor het lezen en meeleven. Hopelijk was het interessant en wellicht heb ik jullie geïnspireerd…
Tot volgend jaar!